Steun ons en help Nederland vooruit

zaterdag 25 april 2020

Commissie 23 april – Vaststellen beleid coffeeshops

Bijdrage Tom de Jong in de commissie van donderdag 23 april bij de behandeling van agendapunt “vaststellen beleid coffeeshops”

D66 Purmerend heeft zorgen over bepaalde aanpassingen in het coffeeshop beleid van de gemeente Purmerend. Het is logisch dat lokaal beleid op gezette tijden moet worden aangepast aan landelijke richtlijnen en/of veranderende omstandigheden. Die aanpassingen zouden er wat D66 betreft op gericht moeten zijn om te versterken wat goed gaat en te corrigeren wat niet goed gaat. Feit is dat er eigenlijk geen wezenlijke problemen zijn met de huidige exploitanten van een coffeeshop in Purmerend. Omwonenden ervaren weinig tot geen overlast, de coffeeshops voldoen aan hun gedoogvoorwaarden en vervullen een belangrijke functie in het voorkomen van meer ‘onzichtbare’ straathandel.

 Vanuit de huidige exploitanten bestaat duidelijk behoefte aan versoepeling van het criterium voor de handelsvoorraad, aangezien maximaal 500 gram voorraad betekent dat meerdere keren per dag bevoorrading nodig is. En juist dit proces (de levering ‘aan de achterdeur’, die officieel niet plaatsvindt) zouden ze liever veel transparanter zien. Daarom pleit D66 ervoor om de maximale handelsvoorraad te verhogen naar bijv. 1500 gram. Niet om méér te laten verkopen, want de dagomzet verandert er niet door, maar om het aantal bevoorradingen te verminderen en de voorraad te laten aansluiten op de dagomzet. We begrijpen echter dat dit vooral zal afhangen van aanpassingen in landelijk beleid.

 Anders ligt het met de introductie van het ‘ingezetenencriterium’ in Purmerend, waardoor alleen nog verkocht zou mogen worden aan inwoners van Nederland, die dit kunnen aantonen met een legitimatiebewijs én een uittreksel uit het bevolkingsregister. Dit lijkt ons een aanpassing die geen probleem oplost, maar juist een potentieel probleem creëert. Momenteel is er geen enkele sprake van overlast door verkoop aan niet-ingezeten in Purmerend. Rondvraag bij de coffeeshops leert dat maximaal 10% van de verkoop plaatsvindt aan mensen van wie aangenomen mag worden dat ze niet in Nederland woonachtig zijn. De verwachting is echter dat als deze groep wordt uitgesloten, ze niet plotseling zullen stoppen met het aanschaffen van cannabis, maar juist richting de niet te controleren straatverkoop worden gedreven. Het voorkomen van die straatverkoop is nu juist waarom het Nederlandse gedoogbeleid vorm heeft gekregen via de coffeeshops. Het probleem zou zelfs groter kunnen zijn dan alleen de beperkte groep toeristen, aangezien het ook voor lokale klanten een enorme drempel opwerpt om eerst een uittreksel uit het bevolkingsregister te moeten overleggen voordat ze hun aankoop kunnen doen. Daarnaast hebben we grote twijfels bij de uitvoerbaarheid van deze maatregelen door de coffeeshops. Worden deze geacht ook bij vaste klanten iedere keer op nieuwe naar deze bescheiden te vragen?

 De regels ten aanzien van het overdragen van de gedoogverklaring worden aangepast. We hebben begrip voor het feit dat een gedoogverklaring iets anders is dan een vergunning, maar hebben wel vragen. 1) Beseft de portefeuillehouder dat dit betekent dat een coffeeshophouder geen goodwill meer kan vragen voor overdracht van een gedoogverklaring, ook al is daar vaak bij de start van de coffeeshop wel voor betaald? 2) Betekent dit dat het overdoen van een coffeeshop binnen de familie van de huidige exploitant niet zonder meer mogelijk is? Deze vragen stellen we omdat er we er belang aan hechten dat coffeeshops bepaalde zekerheden kennen en net als andere horeca gerund kunnen worden.

Tenslotte de hamvraag aan de portefeuillehouder. We zijn het er vast allemaal over eens dat Purmerend op dit moment twee coffeeshops heeft die goed functioneren en hun rol in het gedoogbeleid vervullen. Mede daardoor ontstaat in Purmerend weinig ruimte voor straathandel en handel vanuit huis, althans niet voor soft drugs. Vraag is of deze situatie wordt versterkt door de voorgestelde aanpassingen? We gaan ervan uit dat het afstandscriterium m.b.t. scholen géén gevolgen heeft voor de locaties van de twee coffee shops, maar maken ons zorgen om de gevolgen van het ingezetenencriterium. We weten dat de landelijke overheid lokaal ruimte geeft en zouden graag zien dat die hier wordt gebruikt om te zorgen dat we geen maatregelen nemen die tegenstrijdig zijn met de meerwaarde van coffee shops, nl. het reguleerbaar maken van de consumentenverkoop van cannabis.