Steun ons en help Nederland vooruit

zaterdag 26 september 2020

Regionale Energie Strategie

Tijdens de raadsvergadering van 24 september bespraken we in Purmerend de “Regionale Energie Strategie” (RES) voor de transitie naar duurzame energie. Op hoofdlijnen staan we achter de RES zoals die voor de regio Noord-Holland Zuid is opgesteld. We vinden het goed dat daarbij nog enkele zaken aangescherpt worden. Daarom zijn we mede-indieners van de amendementen die vragen om meer inzet op isolatie, zodat we minder energie verbruiken, en creatief omgaan met windenergie, zodat we maximaal energie produceren.

Het zal niemand verbazen dat D66 het verduurzamen van de energieproductie van het grootste belang vindt. Het is noodzakelijk omdat ónze generatie anders een onleefbare wereld dreigt achter te laten voor vólgende generaties. Klimaatverandering is een crisis die zich aandient en die we alleen met maximale inspanning beheersbaar kunnen houden.

Daarom is het goed dat we inzetten op deze regionale plannen. Toch willen we daar ook een kanttekening bij plaatsen. Het lijkt namelijk nu wel of elke regio straks volledig moet gaan voorzien in z’n eigen energieproductie. Hoewel er niets op tegen is om energie dicht bij de plaats waar die nodig is op te wekken, moet dat echter niet ten koste van alles het uitgangspunt zijn. Uiteindelijk is de energietransitie geen regionale, maar een landelijke en zelfs internationale uitdaging. Dus moet je de oplossing ook met een brede blik zoeken.

Naast de RES vinden we het dus heel belangrijk dat er internationaal wordt gekeken naar de beste manier om de energieproductie te verdelen. Het is tenslotte veel logischer om een gigantisch zonnepark in de Sahara te zetten, waar méér zon en véél meer ruimte is dan in Nederland. Landelijk pleit D66 voor de innovatie die nodig is om óók naar dat soort oplossingen te kijken. Maar hoe krijg je die energie dan van de Sahara naar Nederland? Wel, waterstof kent de nodige uitdagingen, maar zou op relatief korte termijn een prima energiedrager kunnen zijn. Dat wil zeggen: je kunt het op de ene plek opwekken, duurzaam transporteren en het inzetten om elektriciteit op te wekken daar waar dat nodig is.

Ontstaat daarmee dan geen afhankelijkheid van het buitenland? Natuurlijk, maar die wederzijdse verbondenheid is er op er allerlei gebieden en dat hoeft helemaal niet erg te zijn. Met onze beperkte ruimte kan Nederland nooit alleen z’n gehele energiebehoefte dekken, althans niet zonder daar heel veel natuur voor op te offeren. Ironisch genoeg begint het binnenland van Spanje door de klimaatcrisis steeds meer op de Sahara te lijken, dus we komen binnen Europa al een heel eind. Maar die crisis zal vooral problemen veroorzaken in landen die nu al geen sterke economie hebben. Uit solidariteit kunnen we dus ook iets verder van huis kijken, zodat men in die landen ook baat heeft bij het samen oplossen ervan.

De RES helpt om maximaal te kijken wat we binnen onze eigen regio kunnen doen. We zien echter dat dat snel kan leiden tot het “Not In My Back Yard” principe. Iedereen vindt windenergie belangrijk, maar niemand wil het in z’n achtertuin opwekken, zoals we ook zien in de visie voor de Purmer, die recent is opgesteld. Het risico bestaat dat we elkaar in Nederland straks op de kast jagen met plannen voor windmolens en zonneparken. Óp of tússen gebouwen is véél mogelijk, maar niemand zal groen willen opofferen in ons dicht bebouwde land. De RES zoals die er nu ligt is een goede weergave van de speurtocht naar wat regionaal kán, maar we zullen daarnaast moeten kijken wat internationaal móet.